droomtuinieren deel 76: van gier, akkerkool en bevrijde kruiden

Op de vroege pinksterochtend is het nog lekker koel: ik fiets naar de tuin langs stille straten. Mijn perenboompje krijgt als eerste een flinke gieter water, de tweede gaat naar de rozen in de bak en een bijna verdroogde jonge boerenjasmijn. Het water in de oude regenton stinkt – maar al omdenkend ontdek ik dat het zowaar goed nieuws is: omdat deze niet afgedekt is zijn er bladeren in gevallen die verrottend er een prachtige gier van hebben gemaakt. Dubbel voedzaam dus. Hoewel mijn nieuwe (dichte) regentonnen nog worden aangesloten, zal ik deze ernaast houden als gierfabriekje!
Deze week maak ik kruidenvakken schoon van ongewenst bezoek. Ik laat de bodem met rust en werk met de schaar, ik knip alles wat ik er niet in wil tot mulch, behalve braam en brandnetel (die gaan afgeknipt opzij zodat ik met mijn handen in de grond kan werken). De hyacintenbolletjes graaf ik uit. En de twee akkerkolen die ik ontdek laat ik staan: fijne cadeautjes die ik nog niet kende. Akkerkool heeft mineraalrijke grond nodig en is gevoelig voor vervuiling van zware metalen in de grond - het is dus een bio-indicator, een goed teken om hem hier aan te treffen. Met de vezels van blad en stengel kun je ook papier maken en er zijn tal van medicinale toepassingen bekend in meerdere culturen. Blad, stengel en bloem zijn eetbaar en ik oogst wat van de onderste bladeren voor thuis. Eerst verder, met pauzes tussendoor omdat mijn longen niet echt meewerken. De corsicaanse munt en vaste rucola lijken verdwenen, maar de za’atar oregano, peterselie en twee soorten salie staan een uurtje later weer gezond en wel in de zon, zonder concurrentie van hoger spul. Als het warmer wordt hou ik het zelf voor gezien: ik ga thuis akkerkool proeven! (Ik maakte een salade, en het smaakt een beetje naar iets bittere radijs. Deze plant mag blijven.)
Recent Posts











