droomtuinieren deel 55: aangebrand

Maak ik nou een moestuin of niet? ‘Moestuin’ betekent gewoon tuin met ‘moes’, en da’s een heerlijk ouderwetse verzamelnaam voor ‘eetbaar groenvoer’. Je vindt het terug in woorden als bladmoes, warmoes en warmoezenier (tuinder). Inmiddels is alles veredeld en vind je in de supermarkt zachte spinazie en sluitende kolen. Gekweekt als eenjarige groenten, dus je zaait elk jaar opnieuw en na de oogst haal je de plantrestjes weg. Die manier wordt ook het meest gebruikt in de standaard moestuin: eigenlijk een ‘eenjarigen-groentetuin’ dus. En ik ben veel meer van de vaste planten. Gelukkig kun je daarmee ook heel goed moestuinieren. Dat scheelt veel werk omdat je dan niets anders meer hoeft te doen dan oogsten… én het scheelt ook veel ziektes en plagen. Denk bijvoorbeeld aan slakken: geweldige opruimers die alle zwakke plantjes graag voor me verwijderen. Die versgezaaide sappige spinazie is in hun ogen toch echt een zwakkeling, net als die rij tere koolplantjes – hapklaar! Heel wat anders dan bijvoorbeeld vaste groente zoals ‘eeuwig moes’ (smaakt als kool maar groeit in losse bladeren) of ‘brave hendrik’ (beetje als spinazie): de stengels zijn stugger, het blad wat je oogst stevig. Niks zwaks aan, dus de opruimers blijven er meestal af. De planten worden elk jaar groter en sterker, terwijl ik gewoon door kan oogsten. Andere groenten die in mijn vaste-planten-moestuin een plekje gaan krijgen zijn bijvoorbeeld oesterblad (stevig en zilt), welsh onion (vaste lente-ui), daslook, knoflookmosterd (koolfamilie), broccoli nine-star (krijgt minibloemkooltjes in de bladoksels) en natuurlijk mijn lieveling: rabarber. Ook asperge is vast, maar daarvoor kijk ik eerst deze zomer of er genoeg plek is.
Op de foto lees je Aangebrand, van J.C.W. Staring uit 1827
Recent Posts











