droomtuinieren deel 5: petemoei

Ik ben een privé-crowdfunding begonnen. Zo heb ik zes jaar geleden ook de start gemaakt met mijn winkeltje bij Pluk Den Haag. Ik noemde ze de petemoeien-van-de-winkel, die hun spaargeld voor een paar jaar aan mij wilden uitlenen. Daarmee kon ik de eerste voorraad inkopen waardoor het winkeltje meteen lekker vol en aantrekkelijk werd – en de klanten vanaf het eerste moment zoveel leuks zagen dat ze er later voor terugkwamen. Zo kon ik een fijne klantenkring opbouwen. Ik ben en blijf die petemoeien zo dankbaar! Maar als het toen lukte… dan misschien
nu ook? Ik deel mijn verhaal met een van de petemoeien van het eerste uur – en die kan helaas deze keer niet meedoen. Ai. Hoezeer ik er ook open in dacht te staan: dit valt tegen en had ik dus blijkbaar niet verwacht. Ik durf ineens een tweede niet meer zo makkelijk te vragen. Maar het blijft een goed idee, toch? Mijn hart zit vol enthousiasme in de droomtuin, en mijn hoofd werkt als de saboteur die alles de grond in stampt. Gelukkig spreekt dat hart als ik op de koffie bij een vriendin vertel over mijn droomtuin met het romantische huisje, en mijn crowdfundingplannetje. Mijn saboterende hoofd schat haar niet in als aanstaande petemoei en dat maakt dat ik vrijuit deel zonder dat mijn faalangst zich roert. En dan vertelt ze me dat dit een geweldig plan is dat steun
verdient, dat ze heel erg graag petemoei wil worden, en of ik kan vertellen hoe dat werkt?
De volgende ochtend zegt ze een genereus bedrag toe en draagt zelfs nóg een kandidaat voor. Ik heb mijn zelfvertrouwen terug en schrijf een brief uit mijn hart, die ik aan een aantal vrienden stuur. Dezelfde avond appt een van hen om mijn rekeningnummer en binnen een week heb ik niet alleen zes positieve reacties, maar ook nog een oud-cursist in de winkel die min of meer toevallig het verhaal hoort en me de volgende ochtend belt om ook mee te doen.
Ik voel me gedragen.
Recent Posts











