droomtuinieren deel 44: olijfwilgen

Vandaag plant ik de eerste van mijn twee zilverbessen, op de grens van het vogelrustgebied achter mijn tuin. Behoorlijk saaie struiken in mijn beleving, maar waanzinnig nuttig voor je grond, je vogels, je insecten: kortom voor je hele tuin. Deze twee bestuiven elkaar en worden ook wel olijfwilg genoemd (eleagnus ebbingei en ebbingei the hague). Het bijzondere is, dat ze precies omgekeerd vruchtdragen: de The Hague in het voorjaar, de ander in het najaar. De bessen zijn ook voor ons eetbaar - maar ik vind ze meer om toch nog iets te hebben bij een hongerwinter 😉, vaak behoorlijk wrang (tenzij in jam met suiker natuurlijk), maar daar verschillen de meningen over. Ik plant ze vooral voor de vogels, én omdat ze ook doodleuk in de schaduw groeien, én voor hun enorm ondersteunende functie voor alle andere planten in mijn tuin. Olijfwilgen zijn stikstoffixeerders. In de kleine knolletjes aan hun wortels leven bacteriën die de stikstof uit de lucht doorgeven aan de plant, in ruil voor suikers – een prachtig systeem. Het afgevallen blad (of de afgestorven plant) brengt de stikstof ook in de grond. Stikstof: da’s de N in de afkortingen op je kunstmestverpakking - die dus nergens voor nodig is met een olijfwilg in je tuin. Of met een van de andere stikstoffixeerders: ik kies ook voor blauwe regen, duindoorn en klaver, terwijl ik om de rozenpoortjes later ook verschillende soorten bonen ga laten slingeren. Die bonen worden dan de zeldzame eenjarigen in mijn vaste-planten-tuin, en ik laat de wortels ervan in de grond afsterven na de oogst, zodat alle daarin opgeslagen stikstof in de grond terecht komt.
(Voor wie meer keus wil: brem, goudenregen, lathyrus, robinia en lupine doen ook op die manier hun best voor je tuin!)
Recent Posts











