droomtuinieren deel 15: zondagskind

Vandaag snoei ik padzijde van de ligusterhaag. Er groeit van alles doorheen waarvan ik een deel voorlopig laat zitten, maar het geheel is weer wat strakker en lager. Aan de voorkant althans… ik besluit dat het middenstuk van de haag aan de tuinkant mag uitgroeien in de breedte, tot aan de beukenhaag die erachter mijn aanstaande kruidentuin omsluit. Wanneer liguster en beuk elkaar al groeiend raken, ontstaat daar een vogelparadijsje. Onbegaanbaar dus heerlijk om te nestelen, en vol met de onopvallende ligusterbesjes als wintervoedsel. Om van de net zo onopvallende lentebloesem maar te zwijgen waar het altijd zindert van de insecten: zo fijn als een liguster mag uitgroeien! Wel jammer dat ik de beukenhaag daar al heb gesnoeid, maar dan duurt het maar wat langer. Dit is stap-voor-stap, al observerend ontwerpen.
Ik haal een kruiwagen en breng al het ligustersnoeisel naar de gezamenlijke compostplek. Maak kennis met nog twee tuin-overburen, raak met iemand in gesprek over middeleeuwse geschriften en geef een interviewtje voor een stukje in het volkstuinblad. En eenmaal weer in stilte op m’n stoeltje gooi ik mijn hoofd in mijn nek en kijk naar boven: van een stukje van de reuze-eik in de buurtuin, de bamboe, de vijg en daarachter krulwilg naar de strakblauwe lucht. Ademloos mooi. Ik ben een zondagskind.
Recent Posts











